Huurder vertelt
15-1-2026

Een goede buur
Een hechte band tussen twee buurmannen in Zuid

25 jaar lang waren schrijver Ferry en ex-model Howard buren in Amsterdam Zuid. Een groet werd een praatje, een praatje werd een bezoekje en een bezoekje werd vriendschap. Toen de 89-jarige Howard vergeetachtig werd, keek Ferry naar hem om. En na zijn dood organiseerde Ferry een kleine tentoonstelling in het leegstaande huis. Want dit huis vertelde veel over Howard en was belangrijk voor hem.  

Van buur naar vriend

“In 2000 kwam ik hier wonen”, vertelt schrijver Ferry Wieringa over zijn huurhuis in Amsterdam. “Algauw leerde ik de Amerikaanse Howard en zijn vrouw Ellen kennen. Als ik op mijn zolderkamer aan het schrijven was, zaten zij op zonnige dagen op het platte dak in hun tuinstoel.” De eerste tijd bleef het contact bij een vriendelijke groet. Later maakten de mannen af en toe een praatje. Toen Ellen in 2007 plotseling overleed, besloot Ferry zijn buurman te bezoeken. “Sindsdien kwam ik bij hem. Hij woonde in een leuk huis, had veel gelezen en veel films gezien. En hij kon goed vertellen. Ik leende boeken die we samen bespraken. En als ik ergens mocht voorlezen uit mijn boeken, kwam hij kijken.” Zo ontstond een vriendschap.

Van vriend naar mantelzorger

De laatste jaren groeide die vriendschap uit tot meer. Howard was bijna 40 jaar ouder dan Ferry en worstelde met zijn gezondheid. Hij had een zenuwziekte en leed aan geheugenverlies. “Howard was steeds meer op zichzelf”, vertelt Ferry. “Hij vermaakte zich met het aanbod van Netflix, HBO en CNN en liet de mensen niet dichtbij komen.” Maar Ferry bleef komen en keek naar zijn buurman om. Toen Howards gezondheid achteruitging, deden ze af en toe samen boodschappen. “Met een honkbalpetje op zat hij dan naast me in zijn auto. Het ding schreeuwde om een opknapbeurt en ik maar 5 liter per keer tanken. Howard wilde niet doodgaan met een volle tank en rekeningen van de garage.”

Twee keer een opname

Na een zoveelste val belandde Howard begin 2025 in het ziekenhuis. Ferry bezocht hem daar wekelijks. Zes weken later werd Howard ontslagen, maar nog dezelfde nacht viel hij weer. “Toen ik binnenkwam, lag hij al uren in de badkamer”, vertelt Ferry. “Toch groette hij me alsof we elkaar op straat tegenkwamen: ‘Hé Ferry, how are you doing?’ Zijn broek was nat maar zijn humor was nog droog. ‘Sinds ik hier woon heb ik nog nooit zo lang het plafond bestudeerd’, zei hij.” Een paar dagen later werd Howard opgenomen in een verpleeghuis. “Hij keek me niet aan toen ik op bezoek kwam. ‘Wat doe ik hier? Ik wil naar huis. Haal me hier weg’, zei hij.”  

Alles is er nog

Door een longontsteking raakte Howard aan bed gekluisterd. Ferry denkt terug aan de laatste keer dat hij zijn buurman zag. “Hij vroeg naar zijn woning. ‘Is die leeg?’ ‘Met je woning gaat het goed’, vertelde ik hem. ‘Alles is er. De foto’s van Ellen en jou, de schilderijen van de ballerina, de stillevens, de foto’s van Einstein, Golda Meir, je boeken, hometrainer, de streng gerookte knoflook in de keuken, de mezoeza (kokertje) aan de deurpost, je auto voor de deur…’ ‘Is het daar allemaal? Fijn.’ Ik vroeg: ‘Maak je je daar zorgen om?’ ‘Naah’, antwoorde hij, ‘time will take care of things’. De tijd zal alles oplossen. Ik knikte.” De volgende dag overleed Howard. Hij werd 89 jaar.  

Museum voor 2 dagen

Howard woonde bijna vijftig jaar in zijn woning. Zijn huis, met al zijn kunst en   boeken, was belangrijk voor hem. Ferry hielp na zijn dood de woning leeg te halen. Zijn vriend, kunstenaar Maurice van Daalen, maakte op Ferry’s verzoek (met instemming van de familie) foto’s van de bijzondere inrichting. “Toen kwam ik op het idee om een kleine tentoonstelling te houden. Als eerbetoon aan Howard”, vertelt Ferry. Van de Alliantie mocht hij het huis hiervoor gebruiken, voordat dit werd klaargemaakt voor een volgende bewoner. Zo veranderde Howards huis voor 2 dagen in een minimuseum. Buren maar ook medewerkers van de thuiszorg, het buurtteam en collega’s van de Alliantie kwamen langs. Ferry blikt terug: “Er kwamen bijna 90 bezoekers. Het was heel geslaagd! Gelach en tranen.”

Dit artikel is geschreven op basis van een verhaal dat Ferry Wieringa schreef voor het Parool in augustus 2025.