Doorstroming is geen boomerbonus
Dat doorstroming een belangrijke rol kan spelen bij het verlichten van de wooncrisis staat voor veel gemeenten en woningcorporaties inmiddels vast. Op allerlei plekken wordt geëxperimenteerd met regelingen en subsidies om verhuizingen binnen de woningvoorraad te stimuleren. Vaak zijn die initiatieven gebaseerd op casuïstiek of intuïtie. Wat kunnen we leren vanuit data en praktijkervaring? Hoe maken we doorstroming een effectief onderdeel van de volkshuisvesting?
Een leven lang wachten
‘Passend wonen’ staat centraal in het beleid van woningcorporaties. Bij de toewijzing van sociale huurwoningen zorgen regels ervoor dat woningen aansluiten bij zowel de grootte van een huishouden als bij het inkomen. “Vervolgens worden de meeste woningen toegewezen op basis van hoe lang iemand al staat ingeschreven. Dit wordt als eerlijk en transparant gezien”, vertelt Barend. “Het gevolg? Veel mensen wachten tot hun late twintiger jaren op een starterswoning. Tegen de tijd dat zij die krijgen, is de woning vaak al snel te klein voor een jong gezin.
Er volgt opnieuw een lange wachttijd, dit keer voor een gezinswoning. Wanneer kinderen later het huis verlaten, is die gezinswoning juist weer te groot. De wens ontstaat om kleiner en gelijkvloers te wonen, maar passende woningen blijken schaars. Kortom: wie vanuit de levensloop van mensen denkt, zou dit systeem van woningtoewijzing nooit verzonnen hebben.”
Doorstroming vermindert de woningnood
En daarom is doorstroming zo belangrijk. Doorstroming lost het woningtekort niet op, want er komen geen extra woningen bij. Maar het is wél een belangrijke oplossing voor de woningnood, doordat woningen beter aansluiten bij de behoeften van bewoners. Barend: “Op woningbemiddelingsplatforms blijkt dat het merendeel van de woningzoekenden al een woning heeft. Wanneer zij verhuizen, laten zij een woning achter voor anderen. Zo ontstaan verhuisketens waarbij meerdere huishoudens een passende woning vinden.”
Een voorbeeld maakt dit duidelijk. Als een nieuwbouwwoning direct naar een starter gaat, verdwijnt één persoon van de wachtlijst. Maar wanneer een doorstromend gezin de woning betrekt, laat dat gezin een appartement achter. Dat appartement kan weer worden betrokken door een stel dat op zijn beurt een kleinere woning achterlaat. In dat geval worden meerdere woningzoekenden geholpen. Doorstroming verkort dus de wachtlijst zonder dat het de kansen van starters vermindert.
Vergrijzing als kans
Inmiddels is meer dan een derde van de sociale huurders 65 jaar of ouder. Door de pensionering van de babyboomgeneratie zal dat aandeel de komende jaren verder stijgen. “Veel senioren wonen in woningen die niet goed aansluiten bij hun huidige behoeften”, stelt Barend. “Trappen, grote tuinen of ruime gezinswoningen kunnen op latere leeftijd juist onpraktisch worden. Tegelijk blijkt uit onderzoek dat een aanzienlijk deel van de senioren bereid is te verhuizen als er passende alternatieven beschikbaar zijn. Daarmee vormt de vergrijzing in de sociale huursector ook een kans: wanneer senioren verhuizen, komen vaak grotere woningen vrij voor gezinnen.”
Wat er moet veranderen
Om doorstroming daadwerkelijk te stimuleren, moeten gemeenten, corporaties en woningbemiddelingsplatforms hun werkwijze beter op elkaar afstemmen. Wat staat ons te doen?
Boomerbonus of pragmatische volkshuisvesting?
Het stimuleren van doorstroming roept soms weerstand op. “Het kan voelen alsof huishoudens die al een woning hebben, worden bevoordeeld”, aldus Barend. “Maar het gaat natuurlijk wat je ermee beoogt. Als het doel van woonbeleid is om woningen strikt op basis van wachttijd te verdelen, past het huidige systeem. Maar willen we zoveel mogelijk mensen passend laten wonen? Dan is het verstandig om verhuisketens actief te stimuleren.”
Decennialang bood de sociale huursector huurders de mogelijkheid om binnen de sector een wooncarrière te maken. Door woningtekorten en regelgeving is die mogelijkheid grotendeels verdwenen. Barend: “Juist daarom is het tijd om doorstroming opnieuw serieus te nemen - niet als een bonus voor één generatie, maar als een pragmatische manier om de bestaande woningvoorraad beter te benutten. Het is tijd om in actie te komen.”