Huuraanpassing
Wat is de regeling bij een inkomensafhankelijke huuraanpassing voor chronisch zieken en gehandicapten?

Wat is de regeling bij een inkomensafhankelijke huuraanpassing voor chronisch zieken en gehandicapten?

U kunt bezwaar maken tegen de inkomensafhankelijke huuraanpassing als iemand in het huishouden over de juiste indicatie beschikt. Door veranderingen in de regelgeving voor langdurige zorg zijn de indicatiestellingen voor de groep chronisch zieken en gehandicapten per 1 januari 2015 deels veranderd. Daarom maakt het verschil of de indicatie is afgegeven in 2015 of vóór 1 januari 2015.

Indicaties vanaf 1 januari 2015
U kunt bezwaar maken tegen de inkomensafhankelijke huuraanpassing als iemand in het huishouden één van de volgende indicaties heeft:

  1. Voor zowel eenpersoons- als meerpersoonshuishouden: een bewijs dat op grond van het Besluit Zorgverzekering iemand van het huishouden verpleging of verzorging ontvangt voor een periode van ten minste een jaar voor 10 uur of meer per week (meestal ligt dit vast in een zorgplan van de wijkverpleegkundige).
  2. Voor een meerpersoonshuishouden is het voldoende als er op grond van Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 een blijk van waardering voor mantelzorg is verstrekt aan iemand van uw huishouden. De mantelzorg moet zijn verleend aan iemand van het huishouden in de woning.
  3. Een indicatiebesluit op grond van de Wet Langdurige Zorg voor iemand van uw huishouden, voor verblijf in een instelling of voor ADL-assistentie (ADL staat voor algemene dagelijkse levensverrichtingen).
  4. Een beschikking voor het treffen van voorzieningen of voor een woningaanpassing op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten of de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO).
  5. Een verklaring van de huisarts dat iemand van uw huishouden blind is.

Indicaties van vóór 2015
U kunt bezwaar maken tegen de inkomensafhankelijke huuraanpassing als iemand in het huishouden één van de volgende indicaties heeft:

  1. Voor zowel eenpersoons- als meerpersoonshuishoudens: een indicatiebesluit van het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) voor
    a. persoonlijke verzorging, verpleging of individuele begeleiding voor 10 uur of meer per week en gedurende ten minste een jaar, of voor
    b. verblijf in een instelling voor verzorging of verpleging, of voor
    c. zogenaamde ADL-assistentie (hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen).
  2. Voor een meerpersoonshuishouden: een CIZ-indicatie of –brief voor mantelzorg. Dat wil zeggen een indicatie van 0 tot 10 uur per week voor persoonlijke verzorging, verpleging of begeleiding gedurende ten minste 371 dagen (of meerdere opeenvolgende indicaties voor in totaal ten minste 371 dagen en met tussenpozen van niet meer dan 6 weken).
  3. Een beschikking voor het treffen van voorzieningen of voor een woningaanpassing op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten of de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) (afgegeven vóór 2015).
  4. Een verklaring van de huisarts dat iemand van uw huishouden blind is (afgegeven vóór 2015).

Heeft u een hogere huuraanpassing dan 0,5%, maar hebt u wel een juiste indicatie? U kunt dan bezwaar maken door uw indicatie toe te sturen. Mogelijk vraagt de Alliantie nog als aanvullend bewijs een uittreksel uit de gemeentelijke Basisregistratie Personen aan te leveren.