Enneüs Heermalezing

Lezing 2010

Op 3 november stond de vraag centraal, waarop we het antwoord niet met zekerheid kunnen geven: Hoe zie Nederland in 2050 eruit?

Hoogleraar demografie aan de UvA Jan Latten ziet een aantal trends die een consistent beeld van een mogelijke toekomst geven. De hoogopgeleide vrouwen gaan de toon zetten. Over twintig jaar zullen er onder de vijftigers voor het eerst meer hoogopgeleide vrouwen dan mannen zijn. Dat maakt hoogopgeleide mannen een schaars goed, want hoogopgeleide vrouwen zoeken een gelijkwaardige partner. Ook de ‘tweedehands exemplaren’ met kinderen uit een vorig huwelijk zijn dan geen probleem meer. Het aantal singles neemt verder toe. Dat kan volgens Latten ook bijna niet anders, want de huidige generatie wordt alleen maar opgevoed met het idee dat je jezelf moet ontwikkelen. Twee op zichzelf gerichte individuen in een huwelijk: daar komen vroeg of laat problemen van.

In de postmoderne economie is flexibiliteit het centrale begrip. Bedrijven trekken naar de steden, die hun rol als broedplaatsen van innovatief en creatief talent verder zullen uitbouwen en dus zullen groeien. We wisselen vaker van baan en dus ook vaker van woning. Of we kiezen voor een vaste woonplaats op het platteland en een pied à terre in de stad. Deze zogenaamde bi-lokalen bieden wellicht nieuwe kansen voor krimpende dorpen. Want naast een absolute groei van ongeveer 1 miljoen mensen is er op het platteland wel degelijk sprake van krimp.

Over de hele linie voorspelt Latten meer contrasten: niet alleen tussen stad en platteland, maar ook binnen de stad, tussen centrum en periferie. Ook de vraag naar woningen wordt meer divers. De traditionele eengezinswoning heeft zijn langste tijd gehad en maakt plaats voor kleinere appartementen en nieuwe woonvormen, zoals hofjes voor gepensioneerde ‘Sex and the City-vrouwen’.

Heermalezing-2010.jpg

Architect Nanne de Ru, partner van de Powerhouse Company, ziet af van wilde toekomstvoorspellingen, want dan krijg je volgens hem alleen maar beelden van vliegende auto’s, waar niemand op zit te wachten. Hij neemt ons mee naar het verleden en probeert van daaruit naar de toekomst te kijken.
Wie had bijvoorbeeld ooit gedacht dat ons huis meer zou verdienen dan wijzelf, aldus De Ru. Een andere interessante constatering: als steden groeien, verschijnt altijd een stortvloed aan publicaties over de toekomst van de stad. Men gaat op zoek naar het ideaal. In China plant men de bouw van een hele nieuwe stad met miljoenen inwoners gewoon op de tekentafel. Opmerkelijk genoeg hebben die ideeën veel overeenkomsten met eerdere functionele plannen van mensen als Le Corbusier. Je weet bijna van tevoren dat het mis gaat. Want bij alles wat je ontwerpt, ontwerp je ook de ramp die erbij hoort, aldus De Ru. Hij noemt enkele voorbeelden, zoals de Twin Towers in New York, maar ook de groeikernen uit de jaren ’70 die inmiddels tot Vogelaarwijken getransformeerd zijn.

In de discussie met de zaal ging het over de vraag hoe we omgaan met de bestaande woningvoorraad. De vraag naar woningen stijgt weliswaar ook de komende jaren nog, maar we hebben vooral te maken met een verkeerde voorraad. De verkeerde soort woningen of de verkeerde locatie, aldus Latten. De Ru hield tot slot een pleidooi voor investeringen in de openbare ruimte. Dat is immers de plek waar mensen van verschillende bevolkingsgroepen elkaar ontmoeten en het beste middel om een volledige segregatie te beperken.

Tekst van de lezing
Lees de integrale tekst van de lezing.