10-09-2021

Interview in Gooi en Eembode met directeur Anne Overbaan over drijfveren en ambities

Passende huisvesting vinden voor iedereen, daar maakt Anne Oosterbaan, directeur de Alliantie regio Gooi en Vechtstreek, zich graag hard voor. In een interview in de Gooi en Eembode vertelt deze socioloog en bestuurskundige meer over haar drijfveren. Benieuwd naar het interview? Je leest het hieronder.

Als directeur van een woningcorporatie heeft Anne Oosterbaan nog weleens te maken met ontevreden huurders. Maar inmiddels weet de 36-jarige heel goed dat wanneer zo is, deze mensen juist heel betrokken zijn. “Een klacht is ook een kans.”

Zelf woont Anne Oosterbaan, nu ruim twee jaar directeur van de Alliantie Gooi en Vechtstreek, niet in ‘t Gooi en de Vechtstreek. Samen met haar man Don en twee jonge kinderen Rijk (3) en Beer (1) woont zij al jarenlang, net over de ‘grens’ van deze regio, in Diemen. ”Nadat ik naar Amsterdam was verhuisd, leerde ik mijn man kennen. Hij is zesde generatie Amsterdammer. Dan is Diemen prima om te wonen. Je bent zo in de natuur, zo in de stad.”

Voor een gesprek met de Gooi en Eembode komt Oosterbaan wel even naar het opvallende zwart gekleurde kantoor van de Alliantie aan de Jan van der Heijdenstraat in Hilversum-Oost; direct tegenover winkelcentrum Seinhorst. Bovendien heeft zij nog een enkele afspraak in haar agenda staan en is het de kans om enkele collega’s weer eens in het echt te zien in plaats van alleen achter een computerscherm. De balie van het kantoor is nog altijd gesloten. De Alliantie is alleen digitaal en telefonisch bereikbaar, staat op een papier vermeld op de voordeur van het gebouw. Het is even niet anders, beseft ook de directeur, al gaan de meeste afspraken tussen medewerkers en huurders op deze manier prima.

Het voelde goed

Oosterbaan groeide als kind op in Nijmegen als dochter van een opbouwwerker en leidinggevende in het welzijnswerk. Met vrienden van toen heeft zij nu nog altijd contact. In Nijmegen studeerde zij ook: sociologie. Maatschappijleer en geschiedenis vond Oosterbaan altijd al interessant. Met veel plezier kijkt zij terug op die tijd, vooral de activiteiten binnen de roeivereniging. Vervolgens vertrok Oosterbaan op haar 24ste naar achtereenvolgens Utrecht en Amsterdam voor een master bestuurskunde aan de Vrije Universiteit, waarna het contact ontstond met de wereld van de woningcorporaties. “Ik zat in de tram naar de VU toen ik een advertentie in een krant, die iemand tegenover me zat te lezen, aantrof voor een traineeship binnen woningcorporaties. Dat ben ik gaan googelen. En met mijn studie sociologie en bestuurskunde klonk dit als iets voor mij. Het voelde goed.”

Het maatschappelijke - welzijn en zorg - hebben Oosterbaan altijd aangetrokken. Voor de toekomst denkt zij aan een baan in het onderwijs of de zorg, al is dat nog ver weg en is er niks concreet. Voorlopig ligt de focus op wonen. Want wonen - en passende huisvesting vinden voor iedereen - hoort volgens haar ook bij dat maatschappelijke gedachtegoed. “Wonen is een mooi domein om in te werken. Als je ziet wat voor een mooi land Nederland is. Om er dan voor te zorgen dat iedereen een kans heeft. En corporaties doen het op een niet ‘overheidsachtige’ manier, dat is toch politiek gedreven. Een woningcorporatie zet zich in voor het volk, maar het heeft de autonomie van een bedrijf. Het heeft dus ook niet dat keiharde zakelijke. Elke euro is voor de huurder en wordt zo effectief mogelijk besteed.”

Betrokkenheid 

Binnen de Alliantie begon Oosterbaan haar werkzame leven in de buitenwijken van Amsterdam; als gebiedscoördinator. In Nieuw-West beleefde zij voor het eerst bijeenkomsten met honderd boze mensen in een zaal. “Er was van alles aan de hand”, kijkt zij terug. “Maar toen heb ik wel geleerd dat die bewoners niet eens zo boos zijn op ons, maar er heel veel betrokkenheid achter zit. Een klacht is ook een kans. Daarover in gesprek gaan is gewoon belangrijk. Mijn overtuiging is dat iedereen in de samenleving ertoe doet. Maar de zorgen in de samenleving zijn zo individualistisch. Mensen zijn tegenwoordig veel minder bezig met hun buurvrouw. Zo zie je eenzaamheid ontstaan. Als corona één ding aantoont, is het wel dat mensen niet gemaakt zijn om alleen te zijn.”

En dan gaat het gesprek al gauw over het tekort aan woningen. Voor Oosterbaan is helder dat er ‘heel veel’ nieuwe woningen moeten komen. Maar er zijn meer wegen die naar Rome leiden, denkt zij. “Wonen is een groot goed. Ik gun iedereen een thuis. Maar behalve nieuwe woningen bouwen moeten wij kijken naar andere vormen van wonen waarbij gemeenschap ontstaat. Een gebouw moet zo worden gemaakt dat er veel meer ontmoetingen zijn. Zo las ik een verhaal uit New York, alweer een tijd terug. Daar hadden de mensen in de wijk de buurtbarbecue. Toen is die hele wijk herontwikkeld met voor iedereen een eigen privétuin. En vervolgens ging iedereen elkaar overtroeven van wie heeft de beste barbecue. Het hechte buurtgevoel was weg.”

Carrièrestap

Inmiddels is Oosterbaan ruim twee jaar directeur van de Alliantie Gooi en Vechtstreek. Het bevalt uitstekend, geeft zij aan. Natuurlijk is het ook een carrièrestap. En ja, zij heeft wel door dat zij als 36-jarige vrouw niet standaard is in deze functie. “Er zijn wel overleggen dat ik de enige vrouw ben en de enige onder de 50 jaar”, lacht Oosterbaan. “En natuurlijk is diversiteit goed, in de gehele breedte. Dus geslacht, leeftijd, huidskleur et cetera. Maar ik ben ook niet een enorme feminist. Het belangrijkste is gelijke kansen. Overigens is er binnen de Alliantie wel heel veel diversiteit.”

Wat betreft het werken in ‘t Gooi en de Vechtstreek is het - zegt Oosterbaan - leuk om een totaal ander gebied te leren kennen. “Bij dit regiobedrijf werkt tachtig fte, een hecht team. Met elkaar doen wij dit. De successen vieren wij met elkaar. Laatst waren wij in de Bloemenbuurt waar ruim 200 monumentale woningen zijn opgeknapt en verduurzaamd. Dat is iets om trots op te zijn.

Als directeur vindt Oosterbaan het belangrijk dat zij zich richting de politiek focust op de mensen die moeten wonen in Hilversum en de andere Gooise gemeenten om zo deze gemeenten leefbaar te houden. Er moeten meer woningen gebouwd worden, want - benadrukt zij - blijft het op slot, dan ontstaat er verdere vergrijzing. Maar zoals aangegeven zijn er behalve bouwen, bouwen, bouwen meer opties om voor mensen een geschikte woning te vinden. De oplossing zit hem volgens de directeur in het veel meer samenleven. Het probleem is nu ook dat ouderen, die nog te goed zijn voor een verzorgingshuis, alleen wonen. Ook voor jongeren die het ouderlijk huis verlaten, kiezen eerst voor een eigen plekje. “En daardoor blijft die ontzettend grote groep woningzoekenden gigantisch groeien. Wie nu een huis bezit, bouwt een vermogen op. Wie geen huis bezit niet. Zo worden de verschillen alleen maar groter, terwijl wij die grote middenklasse van weleer juist in stand moeten houden.”

Frustratie

Het probleem zit hem ook, aldus Oosterbaan, in de doorstroming. Een jong gezin wil best verhuizen van een kleine sociale huurwoning naar een grote woning in het middensegment, maar dat is met deze huizenprijzen en het woningtekort helemaal in deze regio onmogelijk. “Wie een woning zoekt heeft het nakijken. En ja, er is veel mismatch. Er zijn mensen die door kunnen stromen, maar blijven wonen waar zij wonen. En je kunt de mensen niet dwingen om weg te gaan, maar is het eerlijk? Ja, daar zit zeker een stukje frustratie. Dit is iets dat doorbroken moet worden. Er zijn - naast het meer bouwen - kansen zat. En ja, dat ligt gevoelig. Veranderingen vinden mensen spannend, zeker als het in hun eigen achtertuin is. Maar dit is in het algemene belang. Geef ons een kans om iets moois neer te zetten.”

Pakweg een jaar terug was Oosterbaan een van de vele insprekers tijdens de tumultueus verlopen raadscommissie over grootschalige woningbouwplannen - maximaal tienduizend - langs het spoor. De directeur behoorde tot het kamp van de voorstanders, zonder overigens een woningenaantal te noemen, maar benadrukte ook toen dat er fors moet worden gebouwd om vergrijzing tegen te gaan. “De lokale politiek is hier hecht, de lijntjes zijn kort. En ja, soms denk ik wel eens dat het gemakkelijker zou zijn met een grote gemeente. Nu zijn de meningen verdeeld. Dat is dan het speelveld waarin je werkt. Maar als we daardoor niet verder komen, kan ik me daar wel aan ergeren. Ik ben het er ook niet mee eens als mensen zeggen dat we het iets rustiger aan moeten doen. Kijk naar de verduurzaming. De energietransitie. Daarmee kunnen wij niet wachten.”

Komen wij toch nog even terug op klachten of onvrede van huurders. Zoals vermeld kreeg Oosterbaan ermee te maken in Amsterdam, maar ook in deze regio geven mensen het aan wanneer iets niet bevalt. “Kijk”, zegt zij, “wat de Alliantie doet is woningen bouwen. En bij nieuwbouw gaan er ook dingen niet goed. De start is het allerbelangrijkst. En bij een nieuwe woning is er altijd iets wat nog aandacht vraagt. Een voorbeeld is de transitie naar nieuwe energie. Warmtepompen zijn nodig. Dat is anders dan de standaard cv. Maar daar leren wij ook van. Met nieuwe woningen gaat gedoe gepaard.”

Geen paleisjes 

Daarbij zijn sommige dingen nu eenmaal niet te voorkomen, vervolgt Oosterbaan. “En als er dingen zijn, moet wij die gewoon oplossen. En weet ook: duizenden bewoners zijn heel blij. Uit een klantentevredenheidsonderzoek halen wij een 7,8. En je hoeft echt geen paleis neer te zetten voor de bewoners. Wij zetten ons in voor de bewoners. En wij willen zo veel mogelijke goede en solide woningen. Dat hoeven geen paleisjes te zijn. De woningen die wij bouwen zijn goed maar niet top of the bill. De appartementen die wij bouwen kosten meer dan dat zij opleveren.”

Trots is Oosterbaan op de verschillende projecten die de voorbije jaren zijn afgerond of binnenkort worden afgerond. Eén van die voorbeelden is het project Huizer-maatjes aan de Trekkerweg in Huizen. De achttien bewoners van deze woonvorm zijn jongvolwassenen met een verstandelijke beperking. “En dat soort initiatieven kan niet zonder een corporatie. En dat vind ik belangrijk. Daarin ben ik ambitieus. Ik wil iets kunnen betekenen voor de mensen.”

Tekst: Stefan van Hees, Gooi en Eembode